Je rijdt een tankstation op, ziet de literprijs op het bord en vraagt je af waarom die weer anders is dan vorige week. Vaak wordt dan naar de olieprijs gewezen, en terecht. Er speelt echter nog een factor mee die minder zichtbaar is: de waarde van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro.
Olie wordt wereldwijd verhandeld in dollars. Dat betekent dat jij als Nederlandse automobilist niet alleen afhankelijk bent van wat een vat olie kost, maar ook van hoeveel euro je nodig hebt om die dollars te kopen. In dit artikel lees je hoe dat verband werkt en waarom het effect soms groter of kleiner is dan je zou verwachten.
Olie heeft een dollarprijs
Op de internationale grondstoffenmarkten wordt ruwe olie, zoals de bekende Noordzee-olie Brent, vrijwel altijd in dollars per vat geprijsd. Een vat bevat ongeveer 159 liter. Ook geraffineerde producten zoals benzine en diesel worden op de groothandelsmarkten, bijvoorbeeld in de regio Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen, in dollars verhandeld.
Een Nederlandse oliemaatschappij of importeur moet dus euro’s omwisselen voor dollars om brandstof in te kopen. Hoe sterker de euro, hoe minder euro’s daarvoor nodig zijn. Is de euro zwak, dan wordt dezelfde hoeveelheid olie voor ons duurder, ook als de dollarprijs gelijk blijft.
Een rekenvoorbeeld
Stel dat een vat olie 80 dollar kost. Bij een koers van 1,10 dollar per euro betaal je daarvoor ongeveer 72,70 euro. Zakt de euro naar 1,00 dollar, dan kost hetzelfde vat 80 euro. Dat is een verschil van ruim 7 euro per vat, oftewel zo’n 4 à 5 cent per liter aan grondstofkosten.
Omdat er over de totale prijs nog btw wordt geheven, wordt dat verschil aan de pomp nog iets groter. Bij een volle tank van vijftig liter merk je dat al snel. Andersom werkt het ook: een sterke euro kan een stijging van de olieprijs deels opvangen, waardoor tanken minder duur wordt dan de krantenkoppen over olie doen vermoeden.
Waar de dollar wel en niet doorwerkt
Het is goed om te beseffen dat de olieprijs maar een deel van je literprijs bepaalt. In Nederland bestaat een groot deel van de prijs uit belastingen die niets met de dollar te maken hebben. Grofweg is je literprijs opgebouwd uit de volgende onderdelen:
- De inkoopprijs van de brandstof, in dollars verhandeld
- Kosten en marge van raffinage, transport en het tankstation
- Accijns, een vast bedrag per liter dat de overheid bepaalt
- Btw van 21 procent over het geheel, inclusief de accijns
Waarom het effect gedempt wordt
Doordat accijns een vast bedrag per liter is, veranderen schommelingen in de olieprijs of de wisselkoers alleen het variabele deel van de prijs. Een daling van de euro met tien procent maakt je tankbeurt dus niet tien procent duurder, maar een stuk minder. Dat is ook de reden dat brandstof in Nederland relatief stabiel aanvoelt vergeleken met landen waar de belastingen lager liggen.
Wil je zelf bijhouden hoe de euro tegenover de dollar staat, dan vind je actuele koersen en achtergrondinformatie over valuta op dollarkoers.nl. Zo kun je beter inschatten of een prijsverandering aan de pomp vooral door de olieprijs of juist door de wisselkoers komt.
Vertraging aan de pomp
Je ziet een koerswijziging meestal niet dezelfde dag terug op het prijsbord. Tankstations werken met voorraden die eerder zijn ingekocht, en adviesprijzen worden aangepast op basis van ontwikkelingen op de groothandelsmarkt. Daardoor zit er vaak een paar dagen tot een week tussen een beweging op de valutamarkt en een verandering in je literprijs.
Daarnaast bewegen olieprijs en dollarkoers soms tegelijk, in dezelfde of juist tegengestelde richting. Een stijgende olieprijs in combinatie met een zwakkere euro geeft een dubbele klap. Valt een duurdere olieprijs samen met een sterkere euro, dan heffen ze elkaar deels op.
Wat je er zelf mee kunt
Je hebt zelf natuurlijk geen invloed op de wisselkoers, maar inzicht helpt wel. Als je weet dat de euro flink is verzwakt, kun je verwachten dat brandstof binnenkort duurder wordt. Ook voor een autovakantie naar het buitenland is het handig om te weten dat prijzen per land sterk verschillen, vooral door de belastingen.
Verder blijven de bekende tips gelden: tanken langs de snelweg is meestal duurder dan bij een onbemand station in een woonwijk, en rustig rijden met de juiste bandenspanning scheelt al snel enkele procenten verbruik.
Een kwestie van samenhang
De prijs die je aan de pomp betaalt is het resultaat van wereldwijde olieprijzen, de verhouding tussen euro en dollar en vaste Nederlandse belastingen. De dollar is daarin geen hoofdrolspeler, maar wel een factor die je beter niet over het hoofd ziet. Wie beide ontwikkelingen een beetje volgt, begrijpt een stuk beter waarom het bord bij het tankstation de ene week hoger staat dan de andere.
